Van een paar fietsen in de tuin tot een bedrijf met ruim vierduizend fietsen
Ergens in 1949 arriveert Auke Soepboer (geboren in 1925) op het eiland. Na aandringen van zijn broer Teake gaat hij, net zoals zijn broer, aan het werk als klusjesman bij hotel Van der Werff. Auke is ondernemer in hart en nieren en zoekt overal kansen om er wat van te maken. Zo verzamelt en verkoopt hij in zijn eerste jaren op het eiland oud ijzer; ook bikt hij stenen uit en verhandelt deze door. Zijn oog voor handel blijkt opnieuw als hij een serie stenen met de schipper van de Willem Barentsz weet te ruilen voor een baan bij de walvisvaart. Auke heeft vijf jaar als potvuller en vleessnijder in de walvisvaart gewerkt. Samen met zijn vrouw Klaske Teerdstra krijgt hij drie zoons; Kees in 1954, Jan in 1957 en Theo in 1961.
Van bolderkar naar fiets
In het voorjaar van 1957 neemt Auke een serie bolderkarren over van de familie Abben om te verhuren. In deze tijd gingen de meeste badgasten met een bolderkar (lopend) naar het strand; de fiets was toentertijd nog een redelijk luxe product.
Maar het duurde niet lang voordat Auke zijn eigen fiets verhuurde aan een gast bij hotel Van der Werff terwijl hij daar als klusjesman aan het werk was.
Auke zag naast het verhuren van bolderkarren wel handel in het verhuren van fietsen. In de zomer verhuurden Auke en Klaske zelfs hun eigen huis aan toeristen, terwijl ze zelf verbleven in het schuurtje ernaast. Hij begint een samenwerking met Tjeerd Boersma en samen verhuren ze fietsen vanuit de schuur van Tjeerd. Tjeerd Boersma begint na verloop van tijd een taxi bedrijf; Auke gaat solo verder en verhuurt zijn fietsen vanuit de voortuin aan de Middenstreek. Ook begint Auke in eieren te handelen. Hij bouwt een grote kippenschuur op een gehuurd stuk land aan de Paaslandweg (tegenwoordig de plek van de basisschool).
Van kippenschuur naar fietsverhuur
Halverwege de jaren zestig verhuist hij voor een aantal jaren naar de Nieuwestreek om vanuit hier zijn fietsen te verhuren. Dit huis stond tussen de oude supermarkt en het boothuis. Inmiddels is dit huis gesloopt en heeft de Spar hier een uitbreiding gebouwd. Het toerisme trekt aan op het eiland en de stapel fietsen wordt steeds groter. Auke repareert en stalt zijn fietsen in de kippenschuur, waar de kippen steeds meer plaats maken voor fietsen. Tevens investeert Auke in de loop der tijd in een aantal huurhuisjes op het eiland.
Eind jaren zestig wordt de huur van de grond aan de Paaslandweg opgeheven en moet hij noodgedwongen zijn schuur afbreken. Nu staat hij voor een groot probleem. Gelukkig kan hij een stukje verderop aan de Paaslandweg een stuk grond kopen van zijn broer Teake. In 1970 bouwt Auke het eerste gedeelte van de fietsverhuur die vandaag de dag nog altijd in gebruik is. Zijn oudste zoon Kees helpt van jongs af aan met het rondbrengen van eieren en soepkippen. Het duurt echter niet lang voordat Kees zijn vader Auke ook gaat helpen met het repareren en verhuren van fietsen. Als Kees zijn school (de mulo) in 1970 heeft afgerond, stapt hij het bedrijf in.
De toeristenstroom komt op gang
Na een gerichte campagne van de VVV in 1969 en de opkomst van het aardgas in 1971 begint de toeristenstroom echt op gang te komen en groeit de fietsverhuur – door hard werken – uit tot een bedrijf met een paar duizend fietsen. Eind jaren zeventig komt zoon Theo ook vast in het bedrijf, nadat hij al een aantal zomers heeft meegeholpen. In 1982 nemen Kees en Theo het bedrijf van hun vader over.
De fiets met versnelling wordt de norm
Nynke Broekstra, de vriendin van Kees, helpt ook mee binnen het bedrijf en heeft jarenlang fietsen verhuurd aan Badweg 35 (Twa Blomkes). Kees trouwt eind jaren zeventig met Nynke Broekstra en samen krijgen ze drie kinderen: Berber (1983), Auke (1985) en Evert-Jan (1987). Inmiddels heeft het bedrijf al flink wat jaren fietsen met versnellingen te huur. Langzamerhand wordt de vraag hiernaar groter en groter, en groeit de fiets met versnelling uit tot het meest verhuurde item. De tandem wordt rond deze tijd geïntroduceerd en heeft sindsdien het toneel nooit meer verlaten.
In 1994 komt er een grote uitbreiding aan de Paaslandweg en wordt een extra loods gebouwd voor opslag. Ook komen er een showroom (winkel) en een kantoor bij. Kees en Theo springen goed in op het groeiende toerisme en eind jaren negentig nemen ze Schierfiets over (aan de Noordertstreek). Ze hebben dan inmiddels zo’n tien man in dienst.
In 2002 sterft Kees helaas veel te vroeg aan de gevolgen van een slopende ziekte. Binnen het bedrijf is dit een behoorlijke klap geweest. Nynke en Theo besluiten mede hierdoor na een aantal jaren om het bedrijf te splitsen. Theo gaat verder met het verhuren van de huisjes en Nynke gaat samen met haar zoon Auke (die dan 20 jaar oud is) verder met de fietsverhuur. In 2006 doen twee nieuwe items hun entree, die inmiddels niet meer weg te denken zijn uit het eilander plaatje. De bakfiets komt op en sindsdien wordt de bolderkar amper nog gebruikt. Ook de kindertandem komt om de hoek kijken en blijkt direct razend populair.
Een nieuw ‘tijdperk’ in de elektrische fiets
In 2019 besluit Evert-Jan terug te komen in het bedrijf. Al sinds zijn 14e betrokken bij de fietsenverhuur kent hij het bedrijf van binnen en buiten. Als versterking haalt hij twee jaar later zijn neef Eelco Broekstra er nog bij. Hij heeft ook in zijn jonge jaren veel in de fietsverhuur gewerkt.
Zo blijft de onderneming die vanaf 1957 met veel doorzettingsvermogen is opgebouwd en uitgebouwd in de familie.
In 2020 werd nog een uitbreiding gedaan door Paaslandweg 6 (voorheen bouwbedrijf Meintema) erbij te kopen. Meer en meer nemen elektrische fietsen het beeld in de verhuur over. Niet alleen de fietsen maar ook de bakfietsen, de tandems, de kindertandems, alles wordt tegenwoordig elektrisch ondersteund. Ook de manier van verhuren verschuift steeds meer richting de elektronische wereld. Online reserveren wordt de norm.
Ondertussen bestaat het volledige team uit rond de 35 medewerkers. Eelco en Evert-Jan zijn samen met het team hard bezig om nu, maar ook in de toekomst, zowel de toeristenstroom als de eilanders van een passend vervoersmiddel te kunnen blijven voorzien. Hierbij springen ze in op de behoefte wat op dat moment leeft.




